Pompverstuiver

Van TDI Wiki

Ga naar: navigatie, zoek

[bewerk] Inleiding

Als opvolger van de verdelerpomp is dit is het diesel-stokpaardje van het VAG concern. VW is één van de weinigen die lang heeft doorzet met de pompverstuivers, maar op termijn zal VAG verder gaan met de commonrail techniek.


Een pompverstuiver is eigenlijk een pompje op zich. Het is een soort supernaald, aangedreven voor de krukas. Iedere cilinder heeft z'n eigen verstuiver. De pompverstuiver kan een druk van 2025 bar bereiken, en zet daardoor een onnavolgbare prestatie/verbruik-verhouding neer.


De veel gebruikte afkorting 'pd' komt van de Duitse benaming: Pumpedüse.


[bewerk] Werking van de pompverstuiver

Bij dit inspuitsysteem (zie afb 16.30) zijn pomp en verstuiver één geheel. Per cilinder is er dus één pompverstuiver. Die wordt mechanisch bediend met een tuimelaar en door een magneetventiel dat wordt aangestuurd door de elektronische eenheid. Het magneetventiel staat open als de elektromagneet niet bekrachtigd is. Er stroomt dan brandstof langs het toevoerkanaal in de hogedrukkamer. Sluit het magneetventiel en brengt de inspuitnok de roltuimelaar in beweging, dan wordt met de stoterstang de pompzuiger naar beneden gedrukt. De druk stijgt in de hogedrukkamer tot ongeveer 180 bar. Daardoor stijgt ook de druk in de drukkamer van de verstuiver. De verstuivernaald beweegt naar boven en er wordt een eerste maal brandstof ingespoten. Men noemt het voorinspuiting. Als de pompzuiger verder naar beneden beweegt, zal door de druk ook de uitwijkzuiger naar beneden bewegen. Daardoor vergroot het volume van de hogedrukkamer, daalt de druk erin en sluit de verstuivernaald. De voorinspuiting stopt.
Afbeelding:Pompverstuiver-1.gif


De pompzuiger daalt verder en opnieuw neemt de druk zodanig toe, dat de verstuivernaald voor de tweede maal wordt gelicht. Dan vindt de hoofdinspuiting plaats. De druk kan daarbij door het nog verder naar beneden bewegen van de pompzuiger oplopen tot 2050 bar bij maximaal motorvermogen. De hoofdinspuiting eindigt bij het openen van het magneetventiel door het uitschakelen van de elektromagneet. De opvoerpomp voort met opzet meer brandstof naar de pompverstuiver dan er wordt ingespoten (afb 16.31). De overtollige brandstof, samen met de lekbrandstof stroomt langs de retourkanalen en een brandstofkoeler terug naar de tank. Op die wijze wordt de verstuiver gekoeld die anders te fel zou opwarmen door de hoge inspuitdruk. De brandstof krijgt ook niet de kans om fel op te warmen.
Afbeelding:Pompverstuiver-2.gif


In afb. 16.32 is te zien dat de brandstofkoelkring voorzien is van een eigen radiateur en waterpomp. Dat is noodzakelijk omdat de temperatuur van de motorkoelvloeistof te hoog is voor een goede brandstofkoeling. De verbinding tussen de motor-en brandstofkoelkring is zodanig dat ze elkaar niet beïnvloeden.
Afbeelding:Pompverstuiver-3.gif


De opvoerpomp (afb 16.33) is voorzien van een rotor en schotten. Bij het draaien van de rotor wordt er bij de inlaten 1 en 3 brandstof aangezogen en tussen de rotor en het rotorhuis mee rond genomen. Bij de uitlaten 2 en 4 wordt de brandstof naar buiten gedrukt.
Afbeelding:Pompverstuiver-4.gif


[bewerk] Externe links

Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen