Gloeispiralen

Van TDI Wiki

Ga naar: navigatie, zoek

Inhoud

[bewerk] Voorgloeien

Gloeispiralen dienen voor het voorgloeien. Het voorgloeilampje vind je alleen bij dieselmotoren (tsjonge jonge...). Bij koude motor gaat het lampje branden bij het inschakelen van het contact (als het lampje niet gaat branden is er een fout in het voorgloeisysteem). De brandduur van de gloeispiralen wordt geregeld door de koelvloeistoftemperatuur. Na het uitgaan van het lampje kan de motor worden gestart. Bij een buitentemperatuur boven ca. +8 graden C (48 graden F) kan de motor zonder voorgloeien direct worden gestart. De voorgloeitijd wordt ook beinvloed door de luchtdruk: hoe hoger de luchtdruk, hoe korter de voorgloeitijd. Daarom heb je een langere voorgloeitijd als je (hoog) in de bergen bent, zelfs boven de 9 graden. Bij warme motor gaat het lampje niet branden, de motor kan direct worden gestart (dat staat tenminste in de handleiding van een o.a. Golf 4, maar meerdere personen melden dat het voorgloeilampje altijd even gaat branden, dus ook bij het starten van een warme motor).


[bewerk] Testen eenvoudig

Als je vermoed dat er iets niet klopt met de gloeibougies (bv. moeizaam starten als de auto een aantal uren heeft stil gestaan bij temperaturen rond of onder het vriespunt), begin dan om ze basaal te testen met een multimeter (de eenvoudigste multimeter is goed genoeg). Motor uit en NIET op contact (anders gloeien ze! haal de contactsleutel er veiligheidshalve uit). Bedrading van de gloeipitten even loshalen en de weerstand meten: rode pen van de meter op punt van de gloeiplug en de zwarte pen op het chassis van de motor.

  1. bij nul ohm heeft ie kortsluiting (komt zelden voor), vervangen dus;
  2. bij 0.5 á 1.5 ohm is de plug is ok;
  3. bij hoge weerstand (meer dan 2 ohm) is ie kapot (w.s. doorgebrand) en moet vervangen worden.

Als er eentje (of meerdere) kapot zijn, vervang ze dan wel alle vier, dan heb je gelijke gloeitijden, zo duur zijn ze niet (ca 50 euro voor 4 stuks). Het is een koud klusje om te controleren met vorst. Dus hier het advies aan iedereen: elk jaar eind september op een mooie nazomerdag even meten. Dat voorkomt gekleum in de winter.

Uitleg 1 op de tdiclub.com
Uitleg 2 op de tdiclub.com


[bewerk] Testen nauwkeuriger

Met de bovenstaande eenvoudige testmethode kom je te weten of de gloeibougie de juiste weerstand heeft (kapot is of niet). Het wil helaas nog niet zeggen of de gloeibougie wel gloeit! Dat kom je maar op één manier te weten: eruit halen (lange pijpsleutel), een startkabel op de bovenste punt van de gloeipit en het huis van de gloeibougie aan massa leggen.
LET OP:

  1. als je gloeiers eruit wilt halen ga ze dan wel voorzichtig losdraaien, vaak zitten ze flink vast en ze willen wel eens afknappen.
  2. als je niet zorgvuldig bent en geen 'vaste hand' hebt, dan is dit dé manier om de accu kort te sluiten (big bang, smeltende kabels, accu kapot, veel schade). Dus veel liever testen op een losstaande accu. En pak ze niet op de gloeistift vast, want ze zijn binnen 2 tellen roodgloeiend! Je kan er gerust een dikke havanna mee aansteken.
  3. de optimale werking van een gloeibougie wordt al bereikt binnen 1 à 2 seconden, dus als je ze langere tijd aan de startkabel houd dan weet je zeker dat ze doorbranden en kun je vier nieuwe kopen.
  4. bij het weer monteren van de gloeibougies draai ze niet te vast aan, daar staat een bepaald aanhaalmoment voor.


[bewerk] Relais of Control Module

Bovenstaande twee testmethodes zeggen niet alles, want het relais voor de gloeibougies kan ook kapot zijn. Dan kun je bovenstaande methodes (eenvoudig en nauwkeurig) gebruiken tot je een ons weegt, maar gloeien doen ze niet in de auto. Als je dus bovenstaande twee testmethodes hebt gedaan en de gloeipitten zijn niet kapot, dan is het relais de volgende verdachte. Maar tegen die tijd moet je de auto maar eens met VAG-COM uitlezen, want een defect relais moet een foutcode geven.
En in het uiterste geval kan zelfs de Controle Module voor de gloeibougies defect zijn. Ook dat is met VAG-COM te vinden.


[bewerk] Lagere school natuurkunde

De basis formule is:  spanning (voltage) = stroom (ampere) maal weerstand (ohm)     V = A maal Ω    anders opgeschreven:    A = V gedeeld door Ω.
De gebruikte eenheden daarbij zijn:
Spanning = Voltage, weergegeven met de letter 'V' (soms ook 'U'); dat is de 220 Volt thuis in het stopcontact en de 12 Volt in de auto.
Stroom = Ampère, weergegeven met de letter 'A'.
Weerstand = Ohm, weergegeven met de Griekse letter Ω (ook wel de letter 'R' van Resistance)
De stroom (A) die door een gloeier met een weerstand met 1 Ω loopt bij een accu spanning van 13.5 V is dus (A = V/R):  13,5 V / 1 Ω =) 13.5 A. Hoe hoger de weerstand van die gloeier is, hoe lager dus de stroom (amperes) die er doorheen loopt. Hoe minder stroom, hoe minder gloeicapaciteit. Dat gaat vrij snel, want bij 2 Ω loopt er dus nog maar 13.5 / 2 = 6,75 A doorheen. Dan snap je dus ook dat hoe hoger de weerstand wordt, hoe slechter die bougies werken omdat er niet voldoende stroom meer doorheen gaat. Met temperaturen rond en onder het vriespunt heb je goed werkende gloeipitten nodig om fatsoenlijk te kunnen starten.


[bewerk] Lengte voorgloeitijd

De lengte van de voorgloeitijd is te beinvloeden met VAG-COM
Maar pas op:

  1. realiseer je dat de voorgloeitijd bepaald niet het enige is wat invloed heeft op de koude start;
  2. pas deze modificatie NIET toe om andere onderliggende problemen te verdoezelen.

[bewerk] Nagloeien

De voornaamste functie is natuurlijk voorgloeien om de koude start wat makkelijker te maken. Maar nagloeien doet hij ook, gedurende een minuut of twee of tot 2200 toeren. Kom je boven de 2200 rpm dan houdt het nagloeien op tot je er weer onder de 2200 toeren komt. Het nagloei proces duurt nooit langer dan twee minuten. Deze nagloeifase is door VW bedoeld om de verbranding tijdens het opwarmen van de motor beter op gang te helpen en het milieu te ontzien. Voor zover mij bekend stopt het nagloeien na het bereiken van een bepaalde motortemperatuur en/of als het motortoerental boven de 2500 rpm uitkomt.

Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen